Project
De polders in de Brabantse Biesbosch, die samen de Zuiderklip vormen, krijgen een andere bestemming. De polders Moordplaat, Turfzakken, Lepelaar, de Plomp en Kwestieus waren lange tijd gereserveerd als toekomstige drinkwater- spaarbekkens. Die capaciteit bleek overbodig. Zo kwamen de polders beschikbaar voor de opvang van overtollig rivierwater en voor natuur.
Studie wees uit dat een inrichting met brede en smallere watergeulen beide doelen kan dienen. Zo ontstaat er een nieuw getijdennatuurgebied, dat de Biesbosch en de ecologische hoofdstructuur van Nederland versterkt en bijdraagt aan de waterveiligheid.
Inrichting
De geulen in de Zuiderklip doorsnijden het gebied van oost naar west. Deze geulen liggen in de laagste delen van de polders en verbinden kreken als Keesjes Killeke en Steurgat. Dit gebied sluit naadloos aan op de bestaande zoetwatergetijdennatuur van het Nationaal Park de Biesbosch. De gronden die grenzen aan de nieuwe geulen zijn extra verlaagd zodat een natuurlijke overgang van water naar land ontstaat.
De nieuwe inrichting zorgt voor een afwisselend en dynamisch natuurgebied. Zeker als op termijn het getij in het Haringvliet - en dus de Biesbosch - terugkeert. De polders vervullen na realisatie een belangrijke functie in het kader van Ruimte voor Rivier. Bij piekafvoeren in de Bergsche Maas kan een grote hoeveelheid water door de geulen worden geleid. Het effect hiervan is een lagere waterstand op de rivier.